In de bergen, waar de natuur ongerept is, zijn de gevolgen van klimaatverandering duidelijk merkbaar. Zo wordt de kans dat bergen instorten groter. Hoe dat kan, lees je hier.
Dit zijn de drie oorzaken
De grotere instabiliteit van bergen in een warmer klimaat kan aan drie verschillende processen worden gewijd. Allereest, bestaan bergen uit rotsen en ijs. Dat ijs is vaak al jarenlang bevroren (permafrost) en houdt de rotsen bij elkaar. Het ijs fungeert eigenlijk als het cement tussen de stenen. In een warmer klimaat smelt dit ijs en worden de rotsen niet meer bij elkaar gehouden. Hierdoor breken rotsen sneller af.
Daarnaast stroomt er nu meer smeltwater door de bergen, veroorzaakt door de hogere temperaturen. Het water sijpelt naar kleine spleetjes tussen de rotsen. Als het water bevriest, zet het uit en ontstaan breuken in de rotsen. Zo kunnen grote rotsblokken gemakkelijk afbreken.
Verder speelt het terugtrekken van gletsjers een belangrijke rol. De grote massa van gletsjers die op de berg liggen houdt de rotsen bij elkaar. Ook de rotsen langs de rand van de gletsjer worden tegengehouden. Wanneer de gletsjers smelten, liggen de rotsblokken los op de berg en kunnen ze sneller vallen.
Vooral bij hoge bergen merkbaar
Uit metingen blijkt al dat rotsen vaker naar beneden komen tijdens warme perioden. De effecten zijn vooral in de hoge bergen te merken, waar veel bevriezing van smeltwater en permafrost voorkomt. Op lagere heuvels komt juist meer begroeiing voor in een warmer klimaat, waardoor de grond beter bij elkaar wordt gehouden.
Ernstige gevolgen
Wanneer grote rotsblokken of hele bergwanden afbreken heeft dat grote gevolgen voor toeristen. Wandelaars en bergbeklimmers moeten vaker rekening houden met het gevaar van vallende rotsen, onveilige wandelpaden en beschadigde kabelbanen. Maar nog groter zijn de gevolgen voor de lokale bevolking. Woningen en wegen worden minder stabiel en in het uiterste geval worden hele dorpen bedolven door rotsblokken.





