De dagen worden langer en dat betekent maar één ding: de lente komt eraan! Kijk jij er al naar uit om weer zonder jas op het terras te zitten? In deze lenteverwachting bespreken we hoe een gemiddelde, normale lente eruitziet en welke trend we dit jaar een beetje kunnen verwachten.
We bespreken in deze lenteverwachting de signalen voor de komende lente.
1. Wat is tegenwoordig een normale lente?
Bij lente denk jij misschien direct aan lekker in de zon zitten op het terras of in je T-shirt naar buiten kunnen. Aan het begin van de lente komt het daar echter nog niet zo vaak van. Zeker in maart, de eerste maand van de meteorologische lente, heb je vaak nog winterkleding nodig. We krijgen dan regelmatig nog een staartje van de winter met koude dagen en nachtvorst, zeker in de hogere delen van het land. Op de helft van de dagen blijft de temperatuur overdag nog steken beneden 10 graden. Gemiddeld telt maart een enkele lentedag, met 15 graden of meer en soms wordt het al 20 graden.
Ook in april horen koude lentedagen er nog steeds bij. Het weer verloopt vaak grillig met een afwisseling van fraaie lentedagen en nog een winterse speldenprik. Toch blijft de middagtemperatuur gemiddeld nog op een aantal dagen steken beneden 10 graden en veertien keer wordt het al 15 graden of meer. Ook zijn er meestal al vijf warme dagen met maxima van 20 graden en meer, waarbij het soms al één keer zomers warm wordt met minimaal 25 graden. T-shirt en korte broek komen dan af en toe al van pas. Mei telt maar liefst 24 lentedagen, 11 warme dagen en al 3 zomerse dagen met maxima van 25 graden en meer. In zeer uitzonderlijke gevallen wordt het zelfs al een keer tropisch warm.

De lente is daarnaast een zeer zonnig en droog seizoen met de meeste zonuren aan zee. Daarbij moeten de kustgebieden het wel doen met lagere temperaturen, door invloed van wind over de nog relatief koudere Noordzee. Maar de zon maakt veel goed. Het binnenland ziet meer stapelwolken, maar kan ook rekenen op hogere middagtemperaturen.
Lees ook: Dit weer is normaal in de lente
Steeds warmere en zonnigere lentes
Door het opwarmende klimaat is de kans op een koude lente per definitie kleiner dan de kans op een warme lente. Maar liefst 18 van de 26 lentes (69%) in deze eeuw waren warmer dan de toen geldende normaal. Vijf (19%) verliepen normaal en slechts drie lentes (12%) waren (vrij) koud. De laatste koude lente beleefden we in 2021 met 8,1 graden. Ter vergelijking: de recordwarme lente van 2007 kende een gemiddelde van 12,3 graden. De koudste lente ooit was in 1837 en kende een gemiddelde van 6,6 graden. Vorig jaar (2025) was de lente zeer zacht met 11,8 graden.
De lente is inmiddels bijna twee graden opgewarmd en ook zonniger geworden. Dat resulteert in minder vorstdagen en meer warme dagen met 20 graden en meer. Ook komt het gemiddeld steeds vroeger in het seizoen al tot de eerste fraaie lentedagen.

2. Het effect van La Niña
De afgelopen winter was nog (zwak) sprake van weerfenomeen La Niña. De invloed van La Niña op het weer in ons land is beperkt, maar juist voor de lente is er wel een verband te vinden. Na een La Niña is de kans op een natte lente kleiner dan normaal. Gemiddeld is deze kans 33% en na een La Niña is dat slechts 20%. Garanties op een droge lente hebben we hiermee zeker niet, want het verband gaat lang niet altijd op en de huidige La Niña is niet heel krachtig. Toch vergroot het de kans op een normale of droge lente wel iets en dat zagen we ook in de lente van 2025.
In 2024 was juist sprake van tegenhanger El Niño, die in ons land de kans op een natte lente vergroot. En dat hebben we geweten! Ook voor volgend jaar staat waarschijnlijk weer een El Niño op het programma.
3. Wat tonen de seizoensmodellen?
Maart is een echte overgangsmaand en in een overgangsmaand kan het weer echter nog alle kanten op. Zo kan het echt nog wel koud zijn, met regelmatig nachtvorst en overdag guur weer met winterse buien. Aan de andere kant is heerlijk buitenweer met veel zon en relatief hoge temperaturen ook al goed mogelijk.
Dit jaar laat de eerste lentemaand wat hogere temperaturen zien dan gebruikelijk en dan vooral in de tweede helft van de maand. Wat neerslag betreft zijn er geen grote afwijkingen en dat betekent dat er naast buien ook lange droge perioden zijn met zonneschijn. Na een koude winter mogen we dus al vrij snel hopen op aangenaam lenteweer. De temperatuur stijgt in maart al van 9 naar 12 graden en vooral later in de maand kan de temperatuur makkelijk stijgen naar 15 graden en meer.
Ook voor april en mei tonen de weermodellen een grotere kans op warmer weer dan normaal. Gemiddeld is het begin april 13 graden en daarna stijgt de temperatuur geleidelijk naar 20 graden eind mei. Nu zullen we daar dus vaker boven zitten en dat betekent dat we zeker eind mei warme tot zomerse dagen mogen verwachten. In april valt waarschijnlijk ook minder neerslag en april is gemiddeld al de droogste maand van het jaar. In mei wordt iets meer neerslag dan gebruikelijk verwacht, doordat de kans op regen- en onweersbuien stijgt.
Al met al lijkt het erop dat we een warmere lente dan normaal krijgen met een gebruikelijke hoeveelheid regen. We mogen dus uitzien naar fraaie lentedagen met geregeld zonneschijn. Leg je zonnebril maar vast klaar!

4. Betrouwbaarheid seizoensmodellen in de lente
Natuurlijk is de betrouwbaarheid van maand- en seizoensverwachtingen nog niet zo groot als de verwachting voor vijf dagen vooruit; 60% versus 90%. Een seizoensverwachting moet ook echt anders bekeken worden, als een grove trend voor het komende seizoen. Ook in een gemiddeld zachte maand kan zomaar een koude week zitten en andersom. Dergelijke details zijn op zijn vroegst aan te geven in onze maandverwachtingen en natuurlijk in ons weerbericht België.

De lente staat ook bekend om zijn grilligheid, wat de verwachting nog wat onzekerder maakt dan een winter- of zomerverwachting. In de lente kan het weer van dag tot dag en van week tot week sterk verschillen. Door de sterker wordende zon wordt het geleidelijk warmer, maar tegelijk ligt kou ook nog op de loer. De wind hoeft zeker in het begin van de lente maar even uit het noorden te waaien of we hebben te maken met winters weer. Een zuidenwind kan in de tweede helft van de lente al zomerse warmte in ons land brengen.





